MEER DAN SPORT ALLEEN

Historie van SV Koedijk 80 jaar (5 mei 2010)

VOETBALVERENIGING ´KOEDIJK´ 80 JAAR

De oprichting

5 mei 2010 was een bijzondere dag voor de ´S.V. KOEDIJK´, op die dag was het namelijk precies 80 jaar geleden dat in Koedijk de voetbalvereniging werd opgericht. Het ontstaan van de voetbalvereniging in 1930, doet aan een jongensboek denken. In het voorjaar van 1930, kwamen de mannen van het eerste uur, toen nog jonge kerels van 18 á 19 jaar, ´s avonds op hun vaste plaats, de aanlegsteiger van de ´Alkmaarse Pakket Maatschappij´, tegenover het café ´Welgelegen´ [nu nr.154] van eigenaar Tinus de Weerdt, bij elkaar, om de dingen van de dag te bespreken. Op deze plaats werd heel wat afgeboomd, maar deze avond werd, naar later zou blijken, wel heel speciaal. Het waren Gert Sloof, Cor Hartland, Freek Hart, Cees Damiaans, Klaas Molenaar en Gert Visser, die op deze avond tot de slotsom kwamen, dat er nu eindelijk eens een voetbalvereniging in Koedijk moest worden opgericht. Ondanks het feit, dat in het crisisjaar 1930 de nood naar een hoogtepunt ging, hebben deze mannen toch samen besloten om het erop te wagen.

Er was al eens een voetbalvereniging geweest, in de jaren, tussen 1921 en 1926 is er toen in Koedijk - Zuid [nu St.Pancras] door de vereniging S.D.W. officieel in competitie verband gevoetbald, de enige link met Koedijk was, dat het veld waarop gespeeld werd op Koedijker grondgebied lag, met deze poging had men aan de Kanaaldijk echter weinig te maken. [Zie G.E. nr.12 pag. 7 – 9] Wel moet er in 1923 een K.F.C. in Koedijk hebben bestaan, gezien het bericht in het Noordhollands - Dagblad van dinsdag 25 september 1923, waar onder Sport en Spel het volgende werd vermeld:

SDW 2 klopte vorige week KFC 2 van Koedijk met 5 – 0.

K.F.C. zijn we bij nader onderzoek in Koedijk niet meer tegengekomen, waarschijnlijk is dat het K.V.V. moet zijn geweest. Bij ons onderzoek zijn we K.V.V. uit Koedijk in competitie- verband bij de N.H.V.B. in de twintiger jaren en in nieuwsverslagen tegengekomen. Verder onderzoek zal moeten uitwijzen hoe en wat K.V.V. voor Koedijk, in de twintiger jaren, heeft betekend. Wij hopen hier in een ander kader later op terug te komen.

Het waren, na die, zoals later zou blijken, bijzondere avond in het voorjaar van 1930, geen loze woorden, het was tijd om de woorden in daden om te zetten. Gert Sloof, hij werkte op de gemeente - secretarie, waar hij over een schrijfmachine kon beschikken, zou een uitnodiging op papier zetten, om tot een oprichtingsvergadering te komen, welke gehouden zou worden in het café van Tinus de Weerdt. Deze uitnodiging zou in elk huis, waar jeugd aanwezig was, worden bezorgd, hiervoor had Jan Boon, de post bezorger bij de P.T.T. in Koedijk, zich belangeloos beschikbaar gesteld. Dat bleek een schot in de roos te zijn, want velen gaven aan deze uitnodiging gehoor om naar de vergadering te komen. Na de vergadering kon de vereniging in oprichting, direct twee senioren en één adspiranten elftal op de been brengen, voorwaar een geweldige start. Het sein stond dus op groen en de volgende stappen konden
dus worden genomen, er moest een bestuur worden gevormd, en verder moest er een veld komen, een reglement, een naam, clubtenue en niet te vergeten de aanmelding bij de bond.

Het bestuur werd gevormd door de mannen van het eerste uur, Gert Sloof als voorzitter, Klaas Molenaar als secretaris en Gert Visser als penningmeester, met Niek Verwer en Arie Bregman als bestuursleden. Sloof had een reglement van een andere vereniging weten te bemachtigen en ging daarmee aan de slag, de naam was ook snel gevonden [K]oedijker [S]port [V]ereniging, het clubtenue werd gele en zwarte verticale strepen als shirt en een zwarte broek. De naam K.S.V. is overigens niet lang gebleven, aangezien er bij de bond al een vereniging K.S.V. bekend was, men heeft het toen eenvoudig gehouden, voortaan werd er gesproken over de voetbalvereniging ´Koedijk´. Een veld kon er op een stuk grasland aan het eind van Oostwijk komen, daar waar nu de speeltuin is, dit kon worden gehuurd van de



woningbouw vereniging. Het veld was qua afmetingen weliswaar te klein, maar hiervoor kregen ze dispensatie van de bond. Kleedkamers waren niet nodig, aangezien caféhouder de Weerdt, spontaan had aangeboden zijn toneel als kleedgelegenheid te gebruiken. Tussen het café en het voetbalveld was een probleem, de achtersloot, maar niet voor Cor Harland, hij zei ik heb een driekwartpraam en die past er precies tussen, probleem opgelost. Het wassen na de wedstrijd was ook zo opgelost, want de Weerdt, was naast caféhouder ook nog melkboer, en had achter het café een spoelplaats voor de melkbussen, daar konden de spelers zich prima schoonmaken, terwijl men ook regelmatig van het water in de achtersloot gebruik maakte, zo nauw keek men in die tijd niet.
De vereniging kon zich dus met een gerust hart, weliswaar met een te klein veld, officieel bij de bond aanmelden om het eerste seizoen te gaan spelen in de competitie.

De velden
Zoals reeds vermeld was het eerste veld niet alleen te klein, het lag ook nog eens aan de Achtersloot en het Laantje. Op zich zou dat niet erg zijn, ware het niet dat het veld langs één kant schuin toe liep, waardoor er maar een paar decimeters overbleven tussen de zijlijn en de Achtersloot. In goede staat is het veld nooit geweest, al twee jaar na de oprichting was de staat van het veld zo slecht, dat besloten moest worden om twee maanden lang het veld niet te gebruiken. Boer Kramer aan het zuideinde van het dorp, heeft toen een stuk land ter beschikking gesteld om te trainen, hij stelde zelfs voor om dan ook gelijk maar de trainer te zijn.
Uit de notulen tekenen we het volgende over de problemen met de sloot op:
Tijdens de leden vergadering vroeg Freek Hart aan het bestuur of de leden niet stil weg wilden lopen, als ze de bal in de sloot hadden getrapt, waardoor de ballenbewaarder er een tijd naar moest zoeken.
Drie jaar later uit de notulen:
Cor Kossen, die ze betonnen paaltje noemden om zijn ijzersterk verdedigen, vraagt om een hengel om de ballen uit het water te vissen.
Notulen van 1958:
Op klachten dat niet iedereen de ballen uit de sloot haalde, reageerde Klaas Buisman met de opmerking, dat dit uitsluitend een werkje voor het bestuur was. De secretaris besluit zijn jaarverslag met: We hopen dat hij er nu anders over denkt.



Als er veel regen was gevallen, dan moesten de leden de handen uit de mouwen steken om het veld weer bespeelbaar te krijgen. Jaren lang was het veld aan Cor Hartland, die van de driekwartpraam, verpacht voor het gras. Hij moest dan als tegenprestatie het gras regelmatig maaien en in de herfst de bladeren verwijderen. De doelen waren in de loop van het seizoen net modderpoelen, maar ook daar had men een probaat middel voor, men vulde de doelmond op met hout zaagsel. Ook kwamen er regelmatig mollen in het veld, dus hier waren mollenklemmen geen overbodige luxe om ze te bestrijden.
Uit de notulen:
Zuinigheid met materialen is van alle tijden en was ook in de dertiger jaren al belangrijk, zo tekenen we op:
Op oefenavonden is het voor kleine jongens verboden om tegen een bal te trappen, anders wordt het veld zo kaal.
In 1932 zou Gert Visser gaarne zien dat er niet meer op klompen wordt getrapt en vond Freek Hart dat als het rust is, de ballen ook rust moesten hebben.
Hierop zal streng gelet worden, aldus het antwoord van het bestuur.

Als je dit zo leest zou je niet geloven dat de vereniging op het veld aan de Achtersloot 23 jaar lang heeft gespeeld, toch is dit de waarheid, want eerst op 18 juli 1952 deelde burgemeester Schellinger, in de toen gehouden jaarvergadering mee, dat er over enkele weken gestart zou worden met de werkzaamheden van de aanleg van een nieuw voetbalveld. Dit voetbalveld kwam pal achter de nieuwe lagere school te liggen, het karwei zou zes maanden in beslag nemen. Voor de bouw van kleedkamers deed de burgemeester het voorstel deze door de leden zelf te laten bouwen, waarbij de gemeente voor het materiaal zorg dragen zal. Kennelijk was dat niet naar ieders zin goed gegaan, want de gemeenteraad heeft in mei 1953 alsnog op de agenda de bouwkosten van de kleedkamers en wasgelegenheid van de voetbalvereniging ad.
f. 300.--, men komt tot de conclusie dat de bouwkosten toch wel aan de hoge kant waren geweest.
Voor de opening van het nieuwe voetbalveld citeren we de Alkmaarsche Courant van 10 augustus 1953:

Koedijk kreeg een nieuw en goed sportveld
Het is voor Koedijk te hopen, dat de wedstrijden, die het op het nieuwe sportterrein krijgt te zien, van beter gehalte zijn dan de ontmoeting tussen een combinatie van Koedijk, Vios en Vrone en een elftal van de op Fort Spijkerboor gelegerde RAF-manschappen. De Engelsen werden door de Noordhollanders met maar eventjes 14 – 1 ver in de hoek gedrukt.
De wedstrijd was de hoofdschotel van de openingsplechtigheid, die aan de ingebruikneming van het fraai gelegen sportveld was verbonden.
Voor deze opening bestond een flinke belangstelling, Aurora had ´s-morgens reeds een mars door het dorp gemaakt en begeleide ´s-middags de turners van Voorwaarts naar het sportveld, waar zij een erehaag vormden voor de voetballers.
Later, tijdens de koffiemaaltijd voor genodigden, in café Butter, sprak de Heer J.E.L. van Ketel namens de afdeling Noord-Holland van de K.N.V.B., hij dankte het gemeentebestuur voor zijn bemoeiingen. Dank zij deze activiteit is de gemeente Koedijk een sportveld rijk geworden, dat de toets der vergelijking glansrijk kan doorstaan.
´Noblesse oblige´, zei burgemeester Schellinger. Hij drong er bij de voetballers op aan alles in het werk te stellen de tweede klasse van de Noord-Hollandse de rug toe te keren.
´Dit terrein is voor onze vereniging een ongekende weelde´, aldus voorzitter D.Zut van
´Koedijk´. Ik hoop, dat we in staat zullen zijn aan de wens van de burgemeester te voldoen.
Hoe anders zou het met het bij de opening veel geprezen nieuwe veld aflopen, want men beschikte nu wel over een nieuw veld, maar uit de brand zou de vereniging nog lang niet zijn, de staat van het veld bleek namelijk een voortdurende bron van ergernis. De jeugd voetbalt steeds in de vroege avonduren op het veld, wat de doelgebieden geen goed doet. Men besluit na een vergadering dan ook om het veld af te sluiten en graszoden aan te schaffen om de opgelopen schade aan de doelgebieden te repareren. De algehele staat van het veld is vanaf het begin niet goed geweest, er moest veel worden geprikt omdat de bovenlaag dicht zat, veel opbrengen van zand, aldus een deskundig advies, het hielp allemaal maar weinig, waardoor er veel afgelastingen waren. Eind 1958 ontstond de gedachte om tot de bouw van een nieuwe kleedgelegenheid te komen. De toenmalige trainer Frans Kater uitte ook de wens om een lichtinstallatie aan te leggen. Het heeft echter drie jaar geduurd, voordat Gedeputeerde Staten het kleedkamer plan had goedgekeurd. In het najaar van 1965, werd onder leiding van voorzitter Frans Riekwel, het plan gemaakt om tot de bouw van zes douches, inclusief verlichting, te komen. Veel werkzaamheden worden met eigen krachten uitgevoerd, waardoor de kosten binnen de perken blijven, ze worden geraamd op ca. 3500 gulden. Halverwege 1966 is de klus geklaard, waarbij het bezitten van de douches als een grote aanwinst kan worden beschouwd. In de loop van 1966, wordt de lang gekoesterde wens van een veldverlichting gerealiseerd. Er worden drie lichtmasten gekocht, door de Fa. Bos ingekort, en voorzien van lichtbakken, echter tot schijnen komen de lampen voorlopig niet.



Het zou nog tot 1970 duren voor de eerste lichtwedstrijd zou kunnen worden gespeeld, de oorzaak van deze langdurige periode, was vooral gelegen in het feit, dat er weinig tot geen inzet van de leden was om de klus te klaren. Om het uiteindelijke resultaat op feestelijke wijze in gebruik te nemen, werd in 1970 profclub Telstar bereid gevonden om tegen Koedijk de
eerste lichtwedstrijd te spelen. Het werd een gedenkwaardige wedstrijd, die door Telstar met 1 – 5 werd gewonnen.
De vereniging groeide en in 1975 werd een tweede veld in gebruik genomen. Er is dan een met eigen krachten gebouwde kantine en een handbalveld aangelegd. Men zou tot 1980 gebruik blijven maken van deze locatie.



Mede door de groei van de woningbouw in Alkmaar Noord, werd het leden bestand van de vereniging behoorlijk uitgebreid, het was dan ook geen overbodige luxe als in mei 1980, toen de vereniging 50 jaar bestond, het complex aan de Saskerstraat in gebruik kon worden genomen. Drie voetbalvelden, prima verlichting, een trainingsveld, twee handbalvelden, waarvan één ook voorzien van verlichting. Alle velden geconcentreerd rond de kleedkamers, wat het pronkstuk van het complex is, met boven de kleedkamers een prachtige kantine. De vereniging kan nu echt spreken van een eigen clubgebouw, wat met veel eigen krachten, onder gebracht in een
bouwcommissie, onder de bezielende leiding van Adrie Riekwel, tot een prachtig geheel is geworden. Door de groei van de vereniging zijn er in de loop van de 30 jaar dat men van het complex gebruik maakt, de nodige veranderingen, uitbreidingen en aanpassingen geweest. Zo is de kleedgelegenheid, alsmede de kantine uitgebreid, is er een nieuwe bestuurskamer gekomen en zijn er twee 1980 Sportcomplex “De Weydt” kunstgras velden aangelegd, de verlichting is vernieuwd, en het aantal parkeerplaatsen is uitgebreid. Al met al kunnen we stellen dat de vereniging in 80 jaar van driekwartpraam tot het prachtige sport - complex ´De Wheijdt´ is gekomen.

De successen en tegenvallers

Koedijk begonnen in 1930 in de derde klasse van de Noordhollandse Bond, kende zijn eerste officiële kampioenschap in 1933, de adspiranten A werden kampioen over het seizoen ´32 - ´33. In 1935 werd het eerste elftal, onder leiding van trainer De Frenne, kampioen en promoveerde naar de tweede klasse. De adspiranten A konden niet achter blijven en werden in 1937, in een geheel nieuwe bezetting, wederom kampioen. Het eerste elftal slaagde er in om in 1938 na het behalen van het kampioenschap te promoveren naar de eerste klasse. Hierna zou men twaalf jaar moeten wachten, tot het glorieuze seizoen 1949 - 1950 aanbrak. De eerste elf slaagden erin na een zeer bewogen seizoen, door medewerking van Kaagvogels uit Kolhorn, om het kampioenschap te behalen. Dit alles was zo bijzonder omdat de wedstrijd Kaagvogels – Koedijk volledig uit de hand liep met vechtende spelers en supporters. De scheidsrechter kende Koedijk vlak voor tijd een penalty toe, waardoor er met 1 – 0 werd gewonnen. De thuisclub en zijn publiek pikten dit echter niet, met een massale knokpartij tot gevolg. De grote concurrent van Koedijk was S.R.C. uit Schagen, en laat die nu net nog een inhaalwedstrijd tegen Kaagvogels moeten spelen. Kaagvogels gaf echter geen krimp tegen
S.R.C. en troefde de titelkandidaat af, waarbij de Koedijkers de mannen uit Kolhorn zo dankbaar waren dat ze het complete elftal uitnodigden voor het kampioensfeest. Ze kwamen met z´n allen in een grote vrachtwagen, en iedereen leek de knokpartij geheel te zijn vergeten, het werd een groot feest en de Vogels zijn bepaald niet nuchter naar Kolhorn teruggekeerd. Door het behaalde kampioenschap kwam Koedijk voor het eerst uit in de vierde klasse van de K.N.V.B.



Elftal 1950 met boven v.l.n.r. Cor Hartog, Dirk Haringhuizen, Jan-Jaap IJfs, Frans van de Moosdijk, Piet Hart, Meester Reijnders, midden Leo Quax, Siem Bloothoofd, Cor Barsingerhorn en onder Dirk Zut, Jaap Bloothoofd en Jaap de Graaf
De vereniging was echter geen lang leven beschoren in de vierde klasse, na een seizoen duikelde ze weer terug naar de eerste klasse van de Noordhollandse. De klad zat er toen goed in, want in 1953 degradeerde ze naar de tweede klasse een in 1956 zakte de vereniging nog verder de put in door te degraderen naar de derde klasse. Het duurde tot het seizoen 1959 – 1960, alvorens er weer een kampioenschap gevierd kon worden, gevolgd door promotie naar de tweede klasse. Zes jaar later was het weer mis, waardoor ze in 1966 weer in de derde klasse zouden belanden. Tien jaar had Koedijk nodig om in 1976 weer terug te keren naar de tweede klasse. In het seizoen 1981 – 1982, werd er weliswaar geen kampioenschap behaald,
doch er werd wel promotie bereikt naar de eerste klasse. In het seizoen 1988 – 1989 werd er weer een kampioenstitel behaald, met als gevolg terugkeer naar de 4e klasse K.N.V.B. Na nog een kampioenschap in 1995 – 1996 en promotie naar de derde klasse, is er nog een terugval geweest, maar anno 2010 kunnen we spreken van een stabiel derdeklasserschap voor de jubilerende Koedijker voetbalvereniging, met wellicht in de toekomst uitzicht op de 2e klasse K.N.V.B.
.
De communicatie met de leden

In de jaren dertig en veertig was er binnen de vereniging geen sprake van communicatie problemen binnen de vereniging, daar zowat alles zich binnen het dorp afspeelde, waardoor
de leden elkaar regelmatig tegen kwamen en de eventuele problematiek binnen de vereniging makkelijk met elkaar konden delen. Dit veranderde in de vijftiger jaren, omdat er zich veel meer zaken buiten de gemeente grenzen gingen afspelen, waardoor de contacten vluchtiger en minder werden. Na een zeer slechte periode, waarbij velen het in het dorp lieten afweten, kwam er ongeveer midden jaren vijftig, weer meer animo en de vereniging ging weer groeien. Dat was het moment dat toenmalig voorzitter Siem Damiaans en secretaris Piet Koedijker, het idee kregen om een verenigingsblad te gaan maken, met het oog op een verbetering van de communicatie en om meer saamhorigheid binnen de vereniging te krijgen. Om dit van de grond te tillen hebben de
mannen eerst een tweede hands stencilmachine op de kop getikt, zodat het clubblad, onder de naam
´Het Amateurtje´ van de persen kon rollen. Dat het niet eenvoudig was om elke week weer een blad te maken, kwam, ondanks dat het succesvol binnen de vereniging was ontvangen, in de notulen van de secretaris over 1957 tot uiting:

Mede dankzij ons verenigingsblaadje met de weidse naam ´Het Amateurtje´ werd de geest
1960 Kampioensfeest bij de Bonte Koe met o.a. staand Jaap de Wit, Luit de Waal, Jan de Wit, Henk Visser, Friedel Riekwel, Piet Kooij en zittend Herman Visser, Cor Barsingerhorn, Dirk Haringhuizen, trainer Frans Kater, Henk van Vliet en Kees Bakker
in de vereniging verbeterd, zodat na een poosje kon worden gezegd: het gaat goed. Helaas is ons clubblad door omstandigheden ter ziele gegaan, waarna onze vereniging weer zienderogen is achteruitgegaan. Zelfs de op aandringen van onze voorzitter opgezette voetbalpool, die tussen twee haakjes een aardige financiële meevaller voor de vereniging is geworden, is door te weinig medewerking van onze leden ten gronde gegaan.



Dat Siem Damiaans het niet zomaar opgaf hebben ze eind zeventiger jaren gezien, hij was toen, na elf jaar voor zijn werk in Schagen te hebben gewoond, weer in Koedijk teruggekomen, en had zich onmiddellijk weer binnen de vereniging gemeld. Hij werd jeugdleider, ging in de jeugd - commissie zitten, maar werd vooral de grote man achter een nieuw clubblad. Drie jaar lang is hij de stuwende kracht achter het clubblad, door de leden genaamd ´het blaadje´, geweest. Wim Jonker verzorgde het typewerk, Siem de hele redactie, wat uiteindelijk na de nieuwe verenigingsopzet overging in het nieuwe blad ´de Driepoot´, met een redactie van 5 mensen. Siem zag daar voor hem geen plaats meer in, al is hij wel aangebleven tot het verenigingsblad nieuwe vorm volledig draaide.

Dat het de communicatie naar de leden geweldig heeft verbeterd is gedurende een 25 tal jaren gebleken, het blad heeft al die jaren een prominente plaats binnen de dorpsgemeenschap ingenomen. Door de voortschrijdende ontwikkeling van moderne communicatiemiddelen en de ongelofelijke hoeveelheid werk die telkenmale door vele leden moest worden verricht, mede door de groei van de vereniging, was het op deze wijze niet langer vol te houden.
Inmiddels kunnen leden en belangstellenden het wel en wee van de vereniging volgen via het internet.

De plaats van de vereniging binnen de gemeenschap

De voetbalvereniging heeft zich door de jaren heen een behoorlijke plaats binnen de gemeenschap Koedijk weten te verwerven. Dat is niet zomaar gekomen, daar is in die tachtig jaar hard voor geknokt door vele enthousiaste Koedijkers. Veel gezinnen in het dorp zijn in de loop van de tijd met de voetbalvereniging in aanraking gekomen, hetzij met voetballen zelf, hetzij in een of andere functie binnen de vereniging. Nu, tachtig jaar verder, zijn er nog veel Koedijkers lid van de voetbalvereniging gebleven. Zo zijn er tientallen Koedijkers meer dan 25 jaar lid, en zijn er 10 leden 40 jaar, 8 leden 50 jaar en 4 leden zelfs 60 jaar bij de



vereniging, met als klap op de vuurpijl twee leden van de buitencategorie, Cor Barsingerhorn is 65 jaar lid en Jaap Butter zelfs 72 jaar, dat zegt toch wel wat over de plaats die de vereniging binnen Koedijk heeft verworven.

In de jaren veertig van de vorige eeuw zijn er door de Noord-Hollandse bond, diverse malen Koedijk spelers voor vertegenwoordigende elftallen uitgenodigd. Dit zijn o.a. als keepers Maarten Stam en Jaap Bloothoofd, als stopperspil Jaap de Graaf, midvoor Piet de Waal een ware kopspecialist, en niet te vergeten Gert Hart.
In een groeiend vereniging zijn er altijd bestuurders en leden geweest die voor de ontwikkeling van groot belang zijn geweest, om namen te noemen is niet zonder risico, aangezien er waarschijnlijk ook vergeten worden, toch wil ik er een paar noemen.De belangrijkste zijn de mannen van het eerste uur, onder leiding van Gert Sloof, met de zonder vergoeding werkende trainer Chr. De Frenne, zonder hen was er nooit een tachtigjarige voetbalvereniging geweest. Cees Damiaans, die 35 jaar onderhoudsman van de vereniging
was, Siem Damiaans en Piet Koedijker alsmede Jaap Bloothoofd en trainer Frans Kater, die, toen de vereniging in een geweldige dip zat, toch de boel weer op gang wisten te trekken, Frans Riekwel, die op het moment dat er geen cent meer in kas was, in z´n uppie alle gaten op het veld open spitte om de lichtmasten te kunnen plaatsen en daarnaast van een slechte bal weer een goeie wist te maken zodat er geld werd uitgespaard, en samen met secretaris Wim Jonker wist te overleven. Dick van Dijk, onder wiens leiding de stap van kleine naar grote organisatie werd gezet en de vele stille krachten van vele families in het dorp die in al die jaren onmisbaar waren om te komen tot wat er nu is.

Van klein naar groot

Toen Koedijk, dat dorp langs het kanaal, een voetbalvereniging rijk werd, was men al lang blij dat er in 1930 met 23 leden gestart kon
worden. In het dorp wist de vereniging zich al ras een plaats te veroveren, zodat er al na enkele jaren met twee senioren teams, en een adspiranten elftal aan de competitie kon worden deel genomen. Eerst in 1949 kon er een derde senioren team bij worden geformeerd, wat echter niet lang stand hield. Wel had de vereniging eind veertiger jaren naast voetbal ook dameshandbal. Dit heeft echter slechts enkele jaren mogen duren, in het begin van de vijftiger jaren werd het, wegens gebrek aan dames, weer opgeheven In het seizoen 1956 – 1957 had men vijf elftallen, twee senioren, één junioren, één adspiranten en één welpen elftal. Het kwam er eigenlijk op neer dat ons dorp in de periode 1930 tot 1970 maximaal tussen de 70 en 90 leden kon voortbrengen. Na de annexatie in 1972 door de gemeente Alkmaar en mede daardoor de groei van woningbouw in Koedijk werd een begin gemaakt met de grote groei van de vereniging, waardoor de vereniging in 1976 al over elf teams kon beschikken.



Het noopte de vereniging ook van structuur te veranderen, in 1970 werd er voor de tweede keer een handbalvereniging opgericht, in datzelfde jaar gevolgd door een zaalvoetbal tak, waardoor duidelijk werd dat alleen een goed opgezette en doordachte organisatie een werkbare situatie kon waarborgen. Na veel vergaderen en heel wat voeten in de aarde, is er in 1975 met een nieuwe organisatievorm gestart. Om de afdelingen handbal en zaalvoetbal op gelijkwaardige wijze mee te laten draaien binnen de vereniging, heeft men voor een geheel andere opzet gekozen. In de nieuwe vorm staat een overkoepelend bestuur boven de verschillende besturen en commissies, die zich met de dagelijkse gang van zaken bezig houden. Dat deze bestuursvorm onontbeerlijk was blijkt wel uit de geweldige groei die de vereniging in de laatste dertig jaar heeft doorgemaakt, waren er in 1980 ca. 350 leden, nu anno 2010 spreken we over ongeveer 1250 leden en wel 100 teams in competitie. Waarbij we aantekenen dat de vereniging in de loop van deze periode is uitgebreid met damesvoetbal, honk- en softbal en niet te vergeten in de diverse takken de ontwikkeling van de G-sporters.

Toch is er ook een schaduwzijde aan de huidige bestuursvorm. Er zijn zeer veel mensen nodig voor alle besturen en commissies, en je ontkomt ook niet aan een aantal dubbelfuncties, er zijn veel vergaderingen nodig en de communicatie kan een behoorlijk probleem opleveren.



Zaalvoetbal dames 1979 met achter v.l.n.r. Hannie Hoogeboom, Riet Vries-Bloothoofd, Carla Mooij, Wilma Spekken, coach Gert Jan Mooij; voor Jannie Vriesema, Pieternel de Graaf, Alie Bregman en Ineke Dekker-van Veen
Is er dan een alternatief systeem te bedenken, naast bovengenoemd systeem, nee, dat is nauwelijks denkbaar, in zo´n veelzijdige organisatie. Een grote vereniging als de sportvereniging Koedijk, met een veelheid aan organisatorische taken, kan alleen bestuurd worden vanuit een goedlopende organisatie, de omvang is zodanig dat we van een behoorlijk bedrijf kunnen spreken. Een organisatie, waarin de veelheid aan taken op adequate wijze is verdeeld onder mensen die bereid zijn, om naast hun clubliefde, de schouders er onder te zetten om die liefde te combineren met inzet en vaardigheid. Echter een gezonde organisatie kan uitsluitend goed functioneren als men bereid is om met elkaar op basis van gelijkheid, te communiceren. Alles overziend, kan men niet anders concluderen dan dat men daarin gedurende de laatste dertig jaar, wellicht met vallen en opstaan, behoorlijk is geslaagd.

Jan Slikker.

Bronnen:
Jubileum uitgave Driepoot van de voetbalvereniging tijdens 50 jarig bestaan. Noord-Hollands Dagblad van 25 september 1923
Website Kolping-Boys Oudorp. Alkmaarsche Courant van 10 augustus 1953.
Met dank aan: Piet Koedijker, Edwin de Waal en Ruud Slikker. Foto’s: Redactie “De Gouden Engel”

P.S. Als er iemand is, vooral onder onze oudere lezers, die uit overlevering wel eens iets over een voetbalvereniging K.V.V. Koedijk uit de twintiger jaren van de vorig eeuw heeft gehoord of gelezen, hoe summier ook, dan zouden wij dat graag van u vernemen.